COLUMN | Onze vorige minister van Onderwijs Gouke Moes sprak in december 2025 zijn teleurstelling uit over het feit dat mbo-scholen er niet in slagen om genoeg studenten op te leiden met een goed arbeidsmarktperspectief. Dat is een belangrijk doel van de mbo-werkagenda (2023 – 2027). Wat zien we? Juist minder studenten kiezen voor opleidingen die voor maatschappelijke opgaven relevant zijn. Zelfs nu het aantal mbo-studenten groeit, krimpt de instroom in deze opleidingen. En ik durf wel een voorspelling aan. Zonder extra maatregelen zal deze trend in 2029 niet gekeerd zijn, maar versterkt. Wie durft de weddenschap aan te gaan?
Hoe zat het ook al weer? Toenmalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf maakte in 2023 met o.a. de MBO Raad, de werkgevers en JOBmbo afspraken in de ‘Werkagenda mbo’ over hoe het mbo verder kan verbeteren. Voor een periode van vier jaar is 2,3 miljard euro ter beschikking gesteld voor de uitvoering van de zogenaamde kwaliteitsagenda’s. Iedere mbo-instelling werkt met zo’n agenda aan: meer gelijke kansen voor studenten, betere beheersing van Nederlands, rekenen en burgerschap door afgestudeerden, mbo als onderdeel van onderzoek en innovatie, beter werkgeverschap, maar ook: ‘Meer studenten maken een weloverwogen keuze voor een opleiding richting een kansrijk beroep’. En dat wordt als volgt gemeten: