COLUMN | “Meneer, letterlijk niemand luistert!” Het is donderdagmiddag en ik, Frank, geef les aan een BOL-groep. Ik ben druk aan het uitleggen hoe je het totaal berekent als je weet hoeveel een bepaald percentage is. De opmerking brengt me aan het twijfelen: wat doe ik? Spreek ik de student aan omdat ze door de klas roept? Maar als ik om me heen kijk, zie ik dat ze gelijk heeft. Studenten zijn aan het droedelen op een papiertje, kijken uit het raam of lijken in het niets te staren. De student hield me een spiegel voor: een confronterende spiegel. Alsof je na een lange, gezellige winter je zwembroek weer past en je je een ongeluk schrikt.
In de teamkamer vertel ik dit aan Anouk. Ze moet lachen en knikt: ze herkent dit soort momenten. Soms maken studenten een opmerking die in eerste instantie ongepast lijkt, maar ze hebben wel degelijk een punt. We hebben het vaak over feedback geven aan studenten, maar eigenlijk zouden we het net zo vaak moeten hebben over feedback ontvangen van studenten.